logotipo

img_google

Vul een possessief pronomen in:

Vul ALLE gaten van de volgende tekst in. Druk vervolgens op "Controleer antwoord" om je antwoorden te controleren.

Gebruik de juiste vorm van "zijn":

1. Hij student Nederlands
2. Wij vrouwen.
3. Jullie mannen.
4. jij ook student?
5. Meneer, u ingenieur?
6. hij in het café?
7. Jij onze vriend.
8. Waar jij?
9. Wie hij?
10. Wat zij?

Gebruik de juiste vorm van "hebben":

1. Hij een auto.
2. Meneer en mevrouw Peters een groot huis.
3. Wij elke morgen les.
4. Jullie twee broers.
5. Ik een zus.
6. jij een fiets?
7. Jij een paraplu.
8. Ik informatie.
9. U de brief.
10. Zij een glas wijn.